Verduurzamen, wij ontkomen er niet aan

Het klinkt voortdurend om ons heen: “we moeten verduurzamen”. Of het nu wonen, consumeren, mobiliteit of recreëren betreft: het moet op den duur duurzaam. En ook voor de productieprocessen in de industrie, voor de landbouw, het transport, de logistiek, enz.: het zal allemaal duurzaam moeten worden, willen we op termijn niet volledig vastlopen.

Maar wat is eigenlijk ´duurzaam´?

Welnu, de meest gebruikte definitie hiervoor luidt: Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties, zowel hier als in andere delen van de wereld, in gevaar te brengen. Wie goed leest, herkent een tweeledigheid in de formule, namelijk tijd en ruimte. Onze manier van leven zal meer rekening moeten houden met de toekomst èn met andere delen van onze planeet.

Ons producent- en consumentgedrag, met name sinds de jaren ´70 van de vorige eeuw, heeft ervoor gezorgd dat grondstoffen op den duur opraken en dat het klimaat opwarmt door de ongebreidelde uitstoot van broeikasgassen. Ook de natuur gaat door onze wijze van leven hard achteruit. We hebben onszelf opgescheept met het klimaatprobleem door keuzes die we in het verleden hebben gemaakt, vaak niets vermoedend, met de beste bedoelingen en passend in de tijdgeest van toen. Welvaartskeuzes die wij vandaag de dag maken, kunnen op den duur desastreuze gevolgen hebben op de kwaliteit van leven van volgende generaties; vaak ook al voor generaties van nu in andere delen van de wereld. Brede welvaart en duurzaamheid zijn intergenerationele vraagstukken geworden. Dat besef moet voldoende zijn om nu snel drastische maatregelen te nemen – hoe pijnlijk misschien ook -, waardoor wij het tij nog enigszins kunnen keren. Want we moeten bedenken dat het effect van zulke maatregelen pas over geruime tijd merkbaar wordt: het maakt de urgentie alleen maar groter.

De Europese Commissie komt in haar jongste klimaatplannen (´Fit for 55`, juli 2021) met vergaande wetgeving om de uitstoot van CO2 terug te dringen. Niemand ontkomt er nog aan: van industrie tot luchtvaartsector, van huishoudens tot de automobilist. En dat is ook nodig, want de tijd dringt en steeds meer natuurrampen doen zich voor, die – voorzichtig uitgedrukt – op zijn minst passen in het beeld van de opwarming van de atmosfeer.

Onze huidige samenleving is nu nog ondenkbaar zonder de uitstoot van kooldioxide. Veelal zijn wij ons er niet of nauwelijks van bewust dat onze moderne levenswijze op alle mogelijke manieren is doordrenkt van de uitstoot van CO2 . Maar nu wij inmiddels beseffen hoe desastreus die uitstoot voor ons klimaat is (het verandert voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid door ons eigen toedoen), ontkomen wij er niet aan het roer om te gooien. De schade, berokkend door uitstoot van broeikasgassen, noemen economen een `extern effect`: het is een nevenproduct van economische activiteit, dat schade veroorzaakt voor onschuldige derden. Welnu, wij allen produceren direct en indirect uitstoot maar betalen niet voor dat ´voorrecht´. En evenmin worden degenen die eronder lijden (eveneens wij allen…), ervoor gecompenseerd. Het extern effect van broeikasgasuitstoot blijft buiten markttransacties. Althans tot voor kort. De EU hanteert emissierechten (ETS), maar dat handelssysteem werkt niet bevredigend. Er is dus dwingender wetgeving / regulering nodig en niet alleen voor de industrie maar voor elke burger. Immers, markten lossen niet automatisch de problemen op die zij veroorzaken. Met andere woorden: wij zullen er echt aan moeten geloven…